Universeel Engels: bestaat dat?

Het Engels geniet vandaag erkenning als de internationale taal bij uitstek. Het voert de boventoon in het handelsverkeer en bij al wie regelmatig reist. Geen wonder dat velen pleiten voor een universeel Engels. Stel je voor: een gemeenschappelijke taal voor iedereen, waar dan ook ter wereld. Die taal zou zich daarom moeten ontdoen van alle lokale culturele eigenheden. Goed zo, maar is zoiets wel denkbaar?

Uiteenlopende soorten Engels

Het Engels is de landstaal van heel wat naties, en dan voornamelijk van het Verenigd Koninkrijk, Ierland, de Verenigde Staten, Australië en Canada.
De Britten koloniseerden destijds ook veel eilanden. Die zijn sindsdien Engelstalig. Zo bijvoorbeeld Jamaica of Nieuw-Zeeland. De historische gebeurtenissen zorgden voor verscheidenheid in het taalgebruik, al blijven de meest verspreide vormen natuurlijk het Brits Engels en het Amerikaans Engels. Die twee talen onderscheiden zich van elkaar door eigen idiomatische uitdrukkingen, een specifieke woordenschat en vrij opvallende verschillen in de spelling.
Die afwijkingen zijn onder andere te danken – of te wijten – aan Noah Webster, een Amerikaanse taalkundige die in de 19e eeuw de Engelse taal wilde hervormen. Door zijn toedoen ontstonden er aanzienlijke verschillen tussen de Amerikaanse en de Britse versies van het Engels. Ondertussen verdiepte de spontane evolutie die elke taal kenmerkt de taalkundige kloof tussen Europa en de Nieuwe Wereld.

Waarom het Engels uitgroeide tot een internationale lingua franca

Het Engels ondergaat veel minder standaardisatie dan andere talen, het Frans o.a. Geen enkele officiële en centrale academie treedt normatief op om het Angelsaksisch taalgebruik in goede banen te leiden. Ook de huidige woordenboeken wagen zich niet verder dan een beschrijving van de hedendaagse taal. Zeggen hoe het moet, doen ze niet. Kranten en andere publicaties volgen eigen stilistische richtlijnen. En de normen, voor zover die bestaan, vloeien meestal voort uit het spontane taalgebruik.

Er werd nochtans meermaals getracht om het Engels enigszins uniformer te maken, met het oog op een universeel Engels.

Een voorbeeld hiervan is het door de Fransman Jean-Paul Nerrière voorgestelde ‘Globish’. Dat uiterst vereenvoudigd taalkundig instrument kent geen idiomatische uitdrukkingen en is bedoeld om wederzijdse communicatie in een internationale context te vergemakkelijken.

Ook het ‘Basic English’ is een vereenvoudigde versie van de Engelse taal. Buitenlanders zouden hiervan snel de basisprincipes kunnen aanleren om vlotter te communiceren met Engelstaligen of andere buitenlanders.

Universeel Engels eerder een hersenschim dan een realiteit

Sommige deskundigen voorspellen de geleidelijke verdwijning van het huidige Engels ten gunste van het zogenaamde ‘panglish’. Weer een vereenvoudigde versie van het Engels, maar dan wel door een vermenging van verschillende varianten ervan. Die taal zou geen enkele geografische binding meer vertonen, om zich binnen enkele tientallen jaren wereldwijd te kunnen verspreiden.

Is dat niet eerder een hersenschim dan een haalbaar project? De op hol geslagen globalisering en de toenemende internationale handel ten spijt blijft een taal zonder lokale tongval noch cultuurgebonden woorden een nogal onwaarschijnlijk concept. Levende talen ontwikkelen zich altijd in een bepaald gebied. Anders raken ze in onbruik en verdwijnen ze. Vandaar de vraag of het ‘internationaal Engels’ een wereldwijde standaardisatie kan doorstaan. Zo ja, hoe kiezen we dan tussen verschillende spellingen of woorden? Wordt de metro een ‘subway’ of een ‘underground’? En trekken we binnenkort ‘trousers’ of ‘pants’ aan?

Waarschijnlijk zullen de grote Engelstalige landen – maar ook landen waar het Engels als een van de officiële talen geldt, zoals India of Nigeria – hun lokale varianten blijven spreken. Andere grote landen die, zoals China of Rusland, de wereldwijde economie sterk beïnvloeden, zullen wellicht een vorm van Engels hanteren die dicht aanleunt bij het Globish of het Basic English en die volstaat voor wederzijdse communicatie. Native speakers zullen zich aan hun gesprekspartners moeten aanpassen. Dat houdt een vorm van tweetaligheid in: het lokaal getinte Engels én de vereenvoudigde internationale versie van diezelfde taal.

De standaardisatie van universeel Engels zal niet van een leien dakje lopen. De ‘neutrale’ taal zal al gauw met een pak problemen kampen. Denk maar aan het Latijn. Ooit was het een gemeenschappelijke taal die geleidelijk is gaan verbrokkelen en zo eeuwen later nieuwe talen heeft doen ontstaan: het Frans, het Italiaans, het Spaans, enz. De kans is dus groot dat het internationale Engels op zijn beurt doorheen de wereld meerdere dialecten zal voortbrengen.

Universeel Engels is dus geen vanzelfsprekend concept. Het project heeft zijn voorstanders maar de standaardisatie van een taal op een dergelijke schaal zal veel voeten in de aarde hebben.

Ontdek
meer artikels…